Een beschrijving over de toestand waarin het orgel verkeert, is veelal een opsomming van mankementen. Wat dat betreft is dit verhaal geen uitzondering.
Wel is het goed om te onderstrepen dat het tot nu toe gepleegde onderhoud er toe heeft bijgedragen dat de algehele stand van zaken (nog steeds) een positieve indruk maakt.
Door de restauratie in 1987 is het mechaniek en daardoor de speelaard aanzienlijk verbeterd. Bovendien is het minder storingsgevoelig geworden.
Helaas zijn er tijdens deze restauratie ook (bewust) zaken blijven liggen zoals het pijpwerk, de stiften in de ventielkasten, de windladen en intonatiewerkzaamheden.
Het zijn nu juist deze zaken, die de komende jaren centraal zullen staan bij de restauratie. Een restauratie, die het karakter zal dragen van een 'conserverend herstel'.
Wat is er nu precies aan de hand:
- De pijpvoeten van de 6 grootste pijpen van de oktaaf 8' (pedaal) zijn verzakt (doorgezakt), dusdanig dat stemmen nauwelijks nog mogelijk is. Daarnaast zijn ook de grootste pijpen in het front van de prestant 16' (hoofdwerk en pedaal) meer of minder door hun voet gezakt. Bovendien is de steminrichting van enkele andere grote pijpen uitgescheurd.
- De stiften onder de windladen, die de ventielkleppen op hun plaats houden (geleiden) zijn voor een deel geoxideerd. Hierdoor ontstaat extra wrijving en breken ze soms af.
- Er is lekkage in de windladen. Dit heeft inmiddels dusdanige vormen aangenomen dat de gehele klank diffuus is geworden. Ook verloopt de stemming hierdoor.
- In het zwelwerk (derde klavier) zijn ooit asbesthoudende eternietplaten aangebracht. Deze dienen te worden verwijderd.
- Herintonatie is wenselijk van met name de tongwerken, om zo de in de loop van de tijd ontstane grofheid weg te werken. Bijvoorbeeld bij de Bazuin 16' (pedaal) is de belering op de kelen helemaal 'vergaan'. E.e.a. veroorzaakt een luid kletterend, maar weinig grondtonige klank (veel lawaai, weinig toon).
- De schokbalgen onder het rugwerk en het hoofdwerk zijn volledig gescheurd. Momenteel zijn deze buiten gebruik, doordat er een lijmtang op is geklemd. Om er bij te kunnen komen dienen in het geval van het rugwerk eerst alle pijpen te worden verwijderd.
Een totaalrestauratie is inmiddels onontkoombaar geworden. En het liefst ook nog eens op korte termijn. Want, zoals de situatie nu is, dreigt er gevaar dat door de steeds verder inzakkende pijpvoeten de ophanging afscheurt en de pijp los komt te staan. In het verleden is dit al eens het geval geweest. Deze pijpen zijn op dit moment tijdelijk gerepareerd.
Een andere reden om tot een snelle ingreep te besluiten vormt het feit dat door de toenemende lekkages het orgel steeds vaker ontstemt. Onnodig heen en weer stemmen is slecht voor het pijpwerk, ook omdat het niet de oorzaak, maar alleen het gevolg wegneemt. Het probleem wordt hiermee niet opgelost.
Een derde reden is dat het instrument steeds storingsgevoeliger wordt en ook steeds meer onderhoud vergt.
Naast deze praktische opsomming komt nog eens het feit dat we hier spreken over een monument van grote allure.
Het zou werkelijk te gek zijn dat we door wijzigingen in de subsidieregelingen, waardoor er dus op dit moment voor het orgel geen geld beschikbaar wordt gesteld, over een tijd moeten constateren dat, door gebrek aan tijdig ingrijpen, dit instrument van wereldklasse onherstelbaar beschadigd blijkt te zijn.
Dordrecht, 4 november 2005
Cor Ardesch, organist van de Grote Kerk
